Basiscursus Brain Blocks
Doelgroepomschrijving:
De cursus is bedoeld voor orthopedagogen-generalisten, (kinder- en jeugd)psychologen en gz-psychologen die werkzaam zijn binnen de jeugd-ggz, (speciaal) onderwijs, jeugdzorg of forensische psychiatrie. De cursus sluit aan bij professionals die zich richten op diagnostiek, psycho-educatie, behandeling en begeleiding van kinderen, jongeren en hun ouders of systeem.
Dag 1 – Theorie en ontwikkeling van ik–ander differentiatie
- De cursist kan de drie centrale uitgangspunten van het theoretische kader van Brain Blocks benoemen en toelichten.
- De cursist kan de dynamiek van het bovenste deel van het begeleidingsschema analyseren en gebruiken om de visuele representaties (BB-beelden) van cliënten te interpreteren.
- De cursist kan het begeleidingsschema inzetten als reflectiekader om de interactie en betekenisgeving van de cliënt te begrijpen en hierop interventies af te stemmen.
- De cursist kan vier typen interactiestructuren herkennen binnen een dynamische, bewegende interactie met de cliënt en de bijpassende ontwikkelingsgerichte interventierichting onderbouwen.
- De cursist kan werkvormen gericht op de ontwikkeling van ik–ander differentiatie selecteren en verantwoord toepassen in de praktijk.
- De cursist kan op basis van participerende observatie en meervoudige reflectie (in-actie en retrospectief) een onderbouwde ontwikkelingshypothese formuleren en gebruiken voor behandelplanning.
Dag 2 – Werken aan belemmerende overtuigingen
- De cursist kan de wisselwerking tussen het bovenste en onderste deel van het begeleidingsschema verklaren en vertalen naar behandelkeuzes.
- De cursist kan cliënten begeleiden bij het transformeren van een probleembeeld naar een kernbeeld als werkmodel voor de behandeling.
- De cursist kan de vier delen van het kernbeeld identificeren, hun eigenschappen en onderlinge dynamiek beschrijven, en deze benutten voor interventieplanning.
- De cursist toont zelfreflectie door eigen handelen te analyseren en te vertalen naar leer- en ontwikkelpunten in een reflectieverslag.
- De cursist kan theoretisch gefundeerde interventies toepassen en evalueren in de eigen praktijkcontext.
Dag 3 – Inzetten van psycho-educatie bij diverse problematieken
- De cursist kan werkvormen zoals ‘opmerken van delen’, ‘karakteriseren’ en ‘interne dialoog’ verklaren en doelgericht integreren in behandelsessies.
- De cursist kan psycho-educatie plaatsen binnen de ontwikkelingslijn van de cliënt en als onderdeel van een breder therapeutisch proces gebruiken.
- De cursist kan voorwaarden voor effectieve psycho-educatie identificeren en inschatten of deze aanwezig zijn.
- De cursist kan bestaande psycho-educatiemodules analyseren, combineren en aanpassen tot maatwerk dat aansluit bij de unieke cliëntcontext.
- De cursist past psycho-educatie toe en evalueert de effectiviteit ervan in de eigen praktijk.
Dag 4 – Betrekken van het netwerk bij behandeling
- De cursist kan de randvoorwaarden voor gezamenlijke sessies met cliënten en belangrijke anderen analyseren en beoordelen.
- De cursist kan belangrijke anderen op een motiverende manier uitnodigen en omgaan met weerstand bij het betrekken van het systeem.
- De cursist kan de stappen van systeeminterventie (observatie, participatie en transfer) op maat plannen en uitvoeren, afgestemd op de ontwikkelingsfase van de cliënt en de gezinsdynamiek.
- De cursist kan in de rol van procesregisseur (‘dirigent’) de interactie tussen cliënt en netwerk sturen, met behoud van veiligheid en autonomie van de cliënt.
Het certificaat wordt verstrekt wanneer een cursist drie praktijkopdrachten heeft uitgewerkt die voldoende beoordeeld zijn door de cursusleider en wanneer de cursist 100% aanwezig is geweest.